Burkina Faso: land van de integere mensen

Het vroegere Opper Volta, genoemd naar de rivier die in Ghana in zee stroomt, heet nu Burkina Faso, dat betekent: het land van de integere mensen. Een omschrijving die recht doet aan de ontspannen sfeer. De Burkinabé zijn warme, vriendelijke mensen, die ondanks de armoede een optimistische levensinstelling hebben en van elke gelegenheid een feest weten te maken.

Bevolking

De hoofdstad Ouagadougou ligt midden in het land en telt ongeveer één miljoen inwoners; zo’n 20 jaar geleden waren dat er nog geen 100.000! Het hele land heeft ruim 13 miljoen inwoners, waarvan het merendeel op het platteland woont; bijna 87% is analfabeet. Het land is acht keer zo groot als Nederland. Het gemiddeld
inkomen is 45 € per maand.

Kinderen in Tengrela, foto Albert Prak
De bevolking van Burkina Faso omvat ongeveer 60 etnische groepen.De grootste bevolkingsgroep (50%) vormen de in het centrale deel van het land gevestigde Mossi. De Mossi waren vanaf de 13de–14de eeuw georganiseerd in verschillende vorstendommen, die, in tegenstelling tot de grote rijken van Mali en Ghana, tot eind 19de eeuw bleven functioneren. Op religieus gebied hangt nog ruim de helft van de Mossi het animisme aan. Ongeveer 30% van de bevolking, voornamelijk stedelingen, is islamitisch. De rest is katholiek. Meer dan de helft van de bevolking is gevestigd in het centrale deel van het land. Vooral het oosten is dun bevolkt. Slechts 17% van de bevolking woont in de steden, zoals Ouagadougou, Bobo Dioulasso, Koudougou en Ouahigouya.

Economie

Opper Volta of Boven Volta kreeg in de jaren zeventig vooral bekendheid vanwege de gevolgen van de grote droogte die dit land en de andere Sahellanden trof. Het toont weer eens de veerkracht van de Afrikanen als men nu ziet hoe het land zich heeft ontwikkeld zonder over belangrijke inkomstenbronnen te beschikken. Van de periode van grote droogte heeft men, met steun van donorlanden, geleerd hoe belangrijk water is. Door het hele land zijn in de afgelopen decennia dammen aangelegd die het water opvangen dat tijdens het regenseizoen valt. De effecten zijn nu merkbaar. Het vee beschikt het hele jaar over water, het grondwaterpeil blijft op een beter niveau en rond deze waterreservoirs zijn tuinen aangelegd waar groenten gekweekt worden. Het geheel door land ingesloten Burkina Faso behoort tot de armste landen van de wereld met een relatieve lage bevolkingsdichtheid, weinig natuurlijke hulpbronnen en een arme grond. Ongeveer 90% van de bevolking doet aan landbouw die zeer kwetsbaar is vanwege de onbetrouwbare regenval. Een groot deel van de beroepsbevolking heeft werk gezocht in de buurstaten die wel aan zee liggen, met name Ivoorkust. En door de enorme ontbossingen van de afgelopen decennia is er veel ellende door woestijnvorming en erosie. Van het nadelige feit dat het land niet aan zee grenst, heeft Burkina een voordeel gemaakt door de functie van transporteur op zich te nemen. Men heeft de wegen sterk verbeterd en de grenzen gemakkelijker gemaakt.

Klimaat

In het hartje van de winter - die gelijk met de onze valt - is de temperatuuur ‘s morgens als de zon opkomt ongeveer 20 graden. De mensen vinden het dan knap koud en lopen rond met dikke jassen, dassen en mutsen. Overigens komt de zon het hele jaar door rond hezelfde tijdstip op, want Burkina ligt niet zo ver boven de evenaar. ‘s Avonds gaat de zon tegen zes uur onder, elke dag hetzelfde. De warmste periode van het jaar is maart/ april, wanneer de temperatuur gemakkelijk kan stijgen tot boven de 45 graden en zelfs ‘s nachts niet zelden 30 graden of meer bedraagt. In mei/juni begint het regenseizoen met om de twee tot drie dagen een flinke (onweers)bui. Het koelt dan direct af en de temperatuur daalt tot een aangename 25 graden. Overdag kan deze weer oplopen tot 35 graden. Augustus is de regenmaand, waarin het water lang achter elkaar met bakken naar beneden kan vallen.

Geschiedenis

De geschiedenis van Burkina Faso valt samen met die van het voornaamste volk in het gebied, de Mossi, die vanaf de 14de eeuw in de savannen van West-Afrika koninkrijken hadden gesticht en weerstand hadden geboden aan de zuidwaartse expansie van de Islam. Met hun legers te paard wisten de Mossi hun territorium te beschermen tegen aanvallen van buitenaf en geregeld nieuwe gebieden te veroveren. Frankrijk drong het gebied binnen aan het einde van de 19de eeuw, toen de belangrijkste twee rijken, dat van Ouagadougou en dat van Ouahigouya, beide beheerst door een Mossi-leider, op het punt stonden te verbrokkelen. In 1896 werden ze door P. Voulet door een verdrag met lokale vorsten tot een Frans protectoraat verbonden. In 1919 werd Burkina Faso gevormd als afzonderlijke Franse kolonie, waartoe delen van Opper-Senegal en Niger werden afgescheiden. In 1932 werd de kolonie opgeheven en het gebied verdeeld over Ivoorkust, Mali en Niger. De kolonie werd in 1947 heropgericht als onderdeel van Frans West-Afrika. In 1958 werd Burkina Faso een zelfstandige staat binnen de Franse Gemeenschap en op 5 augustus 1960 een onafhankelijke republiek met M. Yaméogo als president. In januari 1966 zette de stafchef van het leger de president af, schortte de grondwet op en riep zichzelf uit tot staatshoofd. Dit luidde het begin in van een periode van politieke onrust, staatsgrepen en – uiteindelijk – democratische verkiezingen.