Guinee
Guinee (voormalig Frans Guinee, ook wel Guinee/Conakry genoemd) is een presidentiële republiek gelegen aan de Atlantische Oceaan tussen Guinee-Bissau en Sierra Leone. Lang was het land afgesloten van de buitenwereld maar langzaam maar zeker opent zij haar deuren voor de rest van de wereld. Guinee, wat “vrouw” betekent, wordt gezien als een land met veel geheime rituelen en een rijke cultuur.
Guinee is ongeveer zeven keer zo groot als Nederland. Het land is verdeeld in vier regio's, die corresponderen met de belangrijkste geografische en etnische gebieden: Guinée-Maritime; Moyenne-Guinée; Haute-Guinée en Guinée-Forestière. De regio's zijn weer onderverdeeld in 29 provincies. Lokale volksraden en dorpshoofden vormen de basis van het bestuur in de dorpen. Guinee is qua klimaat het natste land van West-Afrika (4m water per jr.) en is op economisch gebied een van de grootste markten in westelijk Afrika.
Het oostelijke deel van Guinee is bedekt met savannevegetatie, maar de jungles hier worden bedreigd door de landbouw. Ook voor de wegenbouw worden bomen gekapt. Veel voorkomende vegetatie: apebroodboom, banaan, ebben, mahonie, kokospalm, teak en oliepalm.
Ook de dierenwereld heeft te lijden onder stroperij en de economie. Dieren die voorkomen in Guinee zijn ondermeer aap, baviaan, duiker, hyena, krokodil, nijlpaard, olifant en de panter.
Bevolking
In Guinee wonen ruim 9 miljoen mensen (2004). De bevolkingsdichtheid bedraagt ongeveer 35 inwoners per vierkante kilometer.
De natuurlijke bevolkingsgroei bedraagt 2,37%, het geboortecijfer per 1000 inwoners is 42.26, het sterftecijfer is 15.53. De levensverwachting is 49,7 jaar.
De grootste etnische groepen zijn de Fulani of Peul (40%), woonachtig in de hooglanden van Midden-Guinee, de Malinke (26%) in Opper -Guinee, de Soussou (11%) in het kustgebied en de Kissi (6,5%) in de bossen.
Frans is de officiële taal van Guinee. Iedere etnische groep spreekt verder zijn eigen taal.
Ongeveer 85% van de bevolking van Guinee is islamitisch. Verder zijn er 8% christenen en 7% hangt een inheemse godsdienst aan (animisme).
Economie
De Guinese economie loopt al sinds begin jaren 90 in een gestaag tempo achteruit. Maar die relatief trage terugval is de laatste drie jaar veranderd in een vrije val.
De inflatie is 30 procent, ongekend hoog. De Guinese franc caramboleert in sneltreinvaart naar beneden. Voor een land dat bijna alles importeert is dat suïcidaal. De gevolgen komen dan ook hard aan. Een zak rijst, volksvoedsel hier, kost een fractie meer dan 21 euro. Dat is minder dan een gemiddeld maandsalaris, voorbehouden aan de gelukkigen die een baan hebben en de dubbel gelukkigen die voor hun werk ook nog betaald worden. Dat betekent dus dat de rest – groenten, vlees, vervoer van en naar werk of marktplaats, kleding, school voor de kinderen – onbetaalbaar zijn. Bijna al deze doodnormale dingen liggen ver buiten het bereik van een kleine ambtenaar, een marktkoopvrouw of taxichauffeur. Laat staan iemand zonder werk.
Is hier nog uit te komen? Zeker wel. Er is een aantal spijkerharde maatregelen nodig om de boel weer enigszins op orde te brengen. De potentiële inkomstenbasis van de regering is fors. Guinee exporteert goud en vooral bauxiet, er staan in beide sectoren grote nieuwe investeringen op stapel. Dit jaar al zullen de overheidsinkomsten stevig toenemen. Waar het aan ontbreekt is transparantie over wie dat geld int en waar het heengaat. Het soort financiële curatele dat alle grote donoren onlangs hebben opgelegd aan Liberia, is zeker een optie. Natuurlijk gaat meer transparantie in tegen de belangen van de machthebbers, maar tegen een grote mate van politieke wil en massa zijn in het verleden erg weinig politici bestand gebleken.
Klimaat
Het klimaat van Guinee is tropisch, heet en nat. Guinee is een van de natste landen in West-Afrika. Van mei tot oktober is het regenseizoen. In Conakry, de hoofdstad van het land, valt er gemiddeld 4 meter regen per jaar, terwijl dat in het midden van het land minder dan 2 meter is. Van december tot februari waaien de harmattan-winden in Guinee. Deze woestijnwind brengt grijszand met zich mee en kan voor slecht zicht zorgen.
Geschiedenis
Het gebied van het huidige noorden van Guinee was onder het beheer van elkaar opvolgende Afrikaanse rijken (Ghana, Mali en Songhay). Europese handelaren waren sinds de 15e eeuw actief langs de kust, maar vestigden zich pas in de late 17e eeuw in dit gebied. In de 18de eeuw lag langs de oevers van de Niger een koninkrijk Genni, dat terugkomt in Berber-documenten uit die tijd.
De aanspraken van Frankrijk op zuidelijk Guinee en het eiland Tumbo (nu Conakry) stammen uit respectievelijk 1783 en 1885. Het gebied werd bestuurd vanuit Dakar (Senegal) tot 1891, in welk jaar het een autonome kolonie van Frankrijk werd. In 1958 werd in Frans Guinee een referendum gehouden over het al dan niet toetreden tot een nieuw op te richten gemeenschap van zelfbesturende Franse overzeese gebieden. Frans Guinee stemde als enige Franse kolonie tegen een dergelijk lidmaatschap. Een prominente rol werd hierbij gespeeld door Ahmed Sekou Touré, secretaris-generaal van de Parti Démocratique de Guinée-Rassemblement Démocratique Africain (PDG-RDA), die volledige onafhankelijkheid eiste. Zo werd Frans Guinee in 1958 geheel onafhankelijk en werd Sekou Touré de eerste president van de Republiek van Guinee. De PDG-RDA werd de enige politieke partij.
Franse economische represailles waren het gevolg. Hulp en investeringen werden opgeschort. Pas in 1976 werden de diplomatieke relaties weer hersteld. Sekou Touré voerde een socialistisch revolutionaire politiek. Iedere vorm van oppositie werd onderdrukt. In 1979 werd het land omgedoopt tot ‘Volksrepubliek’ en verklaarde Sekou Touré te willen samenwerken met zowel kapitalistische als socialistische landen. In de praktijk kwam van beide weinig terecht.
In 1984 overleed Sekou Touré plotseling. Voordat een opvolger kon worden gekozen vond er een militaire staatsgreep plaats onder leiding van het Comité Militaire de Redressement National (CMRN). De leider van dit comité, Lansana Conté, werd de president van de ‘Tweede Republiek’. Conté voerde economische en politieke hervormingen door. Er werd een langzaam democratiseringsproces in gang gezet. De CRMN werd vervangen door een overgangspartij, het Comité Transitoire de Redressement National (CTRN). De ‘Derde Republiek’ werd uitgeroepen in 1991. Een nieuwe partij onder leiding van Conté zag het licht, de Parti de l'Unité et du Progrès (PUP). Daarnaast werden in het kader van de democratiseringsgolf die Afrika na het einde van de Koude Oorlog overspoelde, verschillende oppositiepartijen opgericht zoals de Parti pour le Renouveau et le Progrès (PRP) en de Union pour la Nouvelle République (UNR).
Vervolgens braken tussen de aanhangers van de verschillende partijen gevechten uit. Het steeds opnieuw uitstellen van de verkiezingen was ook niet bevorderlijk voor de politieke rust. In 1994 werd Conté geïnaugureerd als president van de Derde Republiek. De relatie tussen de regering en de oppositiepartijen verbeterde niet. In 1995 vonden parlementsverkiezingen plaats waarbij de PUP de meerderheid van stemmen kreeg. Kort daarna werd een nieuw oppositiefront opgericht waarin twaalf oppositiepartijen vertegenwoordigd waren, de Coordination de l'Opposition Démocratique (CODEM). Vier maanden later brak een opstand uit geïnitieerd door het leger en gericht tegen Conté. De opstand mondde uit in een staatsgreep, die echter niet slaagde. Het militaire apparaat werd daarop ten dele gereorganiseerd.
Nieuwe presidentsverkiezingen hebben in december 1998 plaatsgevonden onder strenge veiligheidsmaatregelen. Alpha Condé, de belangrijkste tegenkandidaat van de president, werd gearresteerd. Conté kwam daarop wederom als winnaar uit de bus. De oppositie protesteerde tegen de wijze waarop de verkiezingen georganiseerd waren en tegen de uitslag zelf. De onlusten die uitbraken konden het tij echter niet keren. Conté bleef als autocraat aan de macht. Van democratisering is geen sprake meer. Eerder wordt de klok teruggedraaid. In de grondwet van de Derde Republiek was opgenomen dat de president slechts twee ambtstermijnen zou mogen dienen. In 2002 liet de president dit via een frauduleus referendum ongedaan maken, zodat hij opnieuw kandidaat kon staan voor de presidentsverkiezingen van december 2003. Zijn herverkiezing was een uitgemaakte zaak.
|