Mali

Mali is een land met een rijke geschiedenis en cultuur. Langs de Niger-rivier, sinds jaar en dag de levensader van het land, ontstonden in de middeleeuwen op diverse plekken machtige koninkrijken, die de grondslag vormen voor de huidige culturele rijkdom. Al veel eerder, rond het jaar 300, trokken de eerste karavanen door de Sahara en begon zich de handel te ontwikkelen met steden in Noord-Afrika. Handelsplaatsen als Timboektoe en Djenné groeiden in de loop der tijd uit tot legendarische namen, en centra van macht, cultuur en kennis. Indrukwekkende lemen gebouwen, zoals de eeuwenoude moskeeën van Djenné en Timboektoe, getuigen tot op de dag van vandaag van dit rijke verleden.

Mali, in 1960 onafhankelijk geworden van Frankrijk, is een arm land, met een op de landbouw georiënteerde economie en zeer onregelmatige regenval. Na periodes van droogte en grote politieke problemen, is het momenteel een van de beter functionerende meerpartijen-democratieën ten zuiden van de Sahara. De bevolking is fascinerend en treedt je dikwijls zeer vriendelijk tegemoet. Zowel tijdens de wandelingen als bij het bezoek aan de markten, is er daarom uitgebreid de gelegenheid om contacten te leggen en kennis te maken. De officiële taal is - naast het Bambara - het Frans.

Landschap

Het landschap is grofweg te verdelen in drie zones, die samenhangen met verschillen in het klimaat. In het vruchtbare zuiden is het oorspronkelijke regenwoud grotendeels omgezet in landbouwgrond en wordt onder andere katoen en rijst verbouwd. Het centrale gebied, de Sahel-zone, heeft een steppe-vegetatie van grassen, struiken en bomen die tegen droogte kunnen (baobabs, acacia’s). In het oosten bevindt zich het Dogon-plateau, landschappelijk het mooiste gebied van Mali. Een spectaculaire, honderden meters hoge rotswand (de falaise) scheidt over een lengte van enkele honderden kilometers de Dogon-vallei van de rest van het land. Verder noordelijk strekt zich de onmetelijke Sahara uit, waar alleen in de oases enige plantengroei voorkomt. De laatste prominente factor in het Malinese landschap is de Niger-rivier, die zich 1500 kilometer lang een weg door het land baant. Behalve vis komen er in deze rivier ook nijlpaarden voor. Langs de oevers leven vele soorten water- en roofvogels, waaronder de Afrikaanse visarend.

Bevolking

Mali heeft een zeer heterogene bevolking van ongeveer 11 miljoen inwoners, waarvan 90% islamitisch is. Er zijn de Soedanvolken, waaronder de Bambara, Senufo, Songhai en Dogon. Verder zijn er nomadenstammen, zoals de Peul, de tot het Berberse ras behorende Toearegs en Tamacheks, en Arabische Moren en Bebberich. Het overgrote deel van de bevolking leeft van de landbouw en veeteelt. Voor velen langs de Niger is daarnaast de visserij een belangrijke inkomstenbron. De levenswijze van de Malinezen wordt grotendeels bepaald door het gebied waarin zij wonen en de neerslag aldaar. Meer dan de helft van de bevolking, waaronder de Bambara, woont op de vruchtbare savannen. Wat noordelijker, in de Sahel-zone, is de veeteelt belangrijk. De Peul, gehuld in dekens en getooid met bewerkte leren hoeden, trekken met hun rundvee in de natte tijd naar de weiden op de plateau’s, om in de droge tijd terug te keren naar de lagere gronden langs de rivieren. De Dogon hebben in de loop der eeuwen prachtige dorpen gebouwd aan de voet van de ‘falaise’. Door de geïsoleerde ligging van hun dorpen hebben zij hun oorspronkelijke gebruiken en rituelen in stand kunnen houden en - als een van de weinige volkeren in Afrika - hun gecompliceerde natuurgodsdienst vrijwel volledig behouden. De spectaculaire Dogon-maskerdansen zijn wereldberoemd. In het noorden trekken de nomadische Toeareg, afhankelijk van het seizoen, met hun kamelen en geiten rond. De zouthandel vormde voor hen lange tijd een belangrijke aanvulling op de inkomsten; tegenwoordig bedrijven ze steeds vaker ook akkerbouw. Gebleven zijn de karakteristieke, diepblauw gekleurde gewaden en de tulbanden (mét sluier!) voor de mannen. Opvallend genoeg zijn de vrouwen ongesluierd.
Muziek en dans spelen een grote rol in het Malinese leven. Niet alleen de maskerdansen van de Dogon, maar ook vele Malinese artiesten zijn, zoals Salif Keita en Ali Farka Touré, zijn over de hele wereld bekend.

Klimaat

Door de grootte van het land ligt Mali in verschillende klimaatzones. Het noorden kent een woestijnklimaat, het zuiden kent een steppeklimaat. Het jaar is in alle klimaatzones opgebouwd uit drie seizoenen.
De regentijd loopt van juni tot en met september. In de hoofdstad Bamako valt circa 1000 mm per jaar en ten noorden van de lijn Mopti-Timboektoe-Gao valt gemiddeld minder dan 200 mm per neerslag per jaar. In deze periode is het vaak al zeer heet in Mali.
Na de regentijd volgt de Malinese "winter", zoals de Malinezen het zelf noemen. Deze periode duurt van oktober tot en met februari en met name in het noorden is het dan merkbaar koeler. In de maanden december, januari en februari valt er in Mali geen druppel regen.

In het regenseizoen (van juni tot oktober) wordt het land bebouwd. De rivieren zijn bevaarbaar en het landschap wordt fris groen; de temperatuur is redelijk aangenaam (gemiddeld 25° à 30°). Echter, niet alle wegen zijn begaanbaar in deze periode. De koude tijd (november - februari ) is de beste reistijd. Alle wegen zijn begaanbaar en de temperatuur is in het hele land aangenaam. In de warme tijd (maart - juni) loopt de temperatuur op tot gemiddeld 38-40°.